SIMPANG CLUB 1938

Soerabaja Colonial Architecture Fotax Photography

The luxurious cover describes the twilight at Oedjoeng, with the Tandjoengperak Harbor Office on the far side of the Kali Mas, about 1935.

Soerabaja, as the name of the former Netherlands East Indies’ second-largest city, principal port and naval base is nowadays spelt, has a fascinating history. The book opens with an overview of Soerabaja’s urban development from the early colonial period to World War II, ilustrated with rare and mostly previously unpublished maps and drawings from the archives of the Dutch East India Company (VOC) and various Netherlands East Indies Government institutions.

There are three major themes which largely determined Soerabaja’s increasing prominence in the Netherlands East Indies: the construction and growing economic significance as commercial port of Tandjoengperak, the role of the Royal Netherlands Navy and Marine-Etablissement (ME), and finally the extensive changes in Soerabaja’s townscape resulting from her rapid development into a modern colonial city after 1900.

A Soerabaja photographer, P. Voorn van Wingerden (1893-1971) and his wife as professional assistant, established their Fotax photograph agency which over the years became the largest and most well-known professional photographic studio in East Java. They took photographic record of pre-war Soerabaja totalling over 10,000 negatives and duplicate prints. Unfortunately, only small part of this pictorial treasure has survived. The original Fotax collection was lost early in Japanese occupation, 1943.

It is very large book format (25 x 32 cm), hard-cover binding; 192 pages of full-color printing on wood-free quality paper; 370 historical photographs, drawings, maps and plans; and complete text in English and Dutch.

Album met foto’s van de Simpang Club (oftewel de Simpangsche Societeit) in Soerabaja, aangeboden aan de aftredende en repatriërende voorzitter W.M. van der Veur
Fotax, Surabaya

Album met foto’s van de Simpang Club (oftewel de Simpangsche Societeit) in Soerabaja, aangeboden aan de aftredende en repatriërende voorzitter W.M. van der Veur. Van der Veur was volgens een oorkonde, waarvan een foto is opgenomen in het album, bestuurslid van 17 juli 1930 tot 1 oktober 1938. Vanaf 11 mei 1932 bekleedde hij het voorzittersschap. Hij repatrieerde in oktober 1938. De volledige tekst van de oorkonde luidt: “Oorkonde. In de op 27 September 1938 gehouden Buitengewone Ledenvergadering van de Vereeniging “De Simpangsche Societeit” wed besloten den per 1 October 1938 aftredenden en repatrieerenden Voorzitter, den Heer W.M. van der Veur, het Eere-lidmaatschap aan te bieden als erkenning van de zeer bijzondere verdiensten, welke hij gedurende de periode van zijn Bestuurslidmaatschap van 17 Juli 1930 tot 1 October 1938, waarvan van 11 Mei 1932 tot 1 October 1938 als Voorzitter van de Vereeniging, heeft gehad. Een bewijze van dit Eere-lidmaatschap is hem deze Oorkonde uitgereikt geworden. Soerabaja 1 October 1938. Het Bestuur der Vereeniging “De Simpangsche Societeit”. A. Denijs, Voorzitter. Jr. W.J.M. Michielsen, Hon. Secretaris. P.A. Minderhoud, Penningmeester. B.F. Hunt, Commissaris.” Bij dit album zijn tevens een aantal losse foto’s betreffende Dr. Soetomo gevoegd.

De sociëteit, of ‘soos’, was voor veel Europeanen in de 19de eeuw de enige gelegenheid tot wat gezelligheid en amusement. Ook na de eeuwwisseling had de soos een belangrijke rol in het sociale leven. Iedere stad had wel zo’n gelegenheid. In Batavia waren Concordia en de Harmonie belangrijke ontmoetingsplaatsen. De Harmonie was de bekendste sociëteit voor heren. Vrouwen werden slechts bij hoge uitzondering toegelaten. Bandoeng had ook een sociëteit Concordia genaamd. Deze werd in eerste instantie vooral bezocht door planters. Later werd het publiek gemêleerder en ook ‘beschaafder’. De soos was niet langer het ‘jeneverhuis’, waar ‘vrolijke planters de piano de straat op sleepten en er hun whisky in uitgoten’. Rond 1850 veranderde Soerabaja steeds meer in een belangrijke koopmansstad. Groothandelaren en industriëlen verlangden in deze tijd steeds meer naar een eigen soos. Ze wilden een eigen plek, los van de officierssociëteit Concordia en de Marine-sociëteit Modderlust. Daartoe werd in 1850 de Club opgericht op de hoek van Embong Malang en Toendjoengan. Leden moesten 100 gulden per maand betalen en de entree was 25 gulden. Meer dan wat de krijgslieden ooit konden betalen. In 1907 verhuisde de Simpang Club naar de hoek van Simpang en de Dijkermanstraat in het uitgaanscentrum. De Simpang Club kon zich meten met de meest chique sociëteiten in Europa.

Populair tijdverdrijf in de soos was er in de vorm van bal masqués, muziek en toneel. In december werd er ook trouw Sinterklaas gevierd. En er waren dansavonden. Overdag kon er gepicknickt worden. Sommige sociëteiten hadden een eigen tennisbaan. Drank ontbrak niet in de soos. Gasten konden kiezen tussen Hollands en Engels bier. Er werden ook champagne, Kaapse en Spaanse wijnen en enkele sterke dranken, waaronder Brandy-soda, whisky en ‘Apenmelk’, een mengsel van jenever en water, geschonken. Dit laatste was één van de favoriete drankjes.
Op het menu stond o.a. een uitgebreide rijsttafel met nasi en pittige arak, maar ook saté van de bok. In de ‘wintermaanden’ stond er zelfs snert op het menu. En na een late feestavond met veel drank en eten was een verse koppi-toebroek (koffie die gemaakt werd door heet water te schenken op een flinke lepel fijngemalen koffie, de drab bleef op de bodem liggen, gezoet met suiker of gecondenseerde gesuikerde melk). In de ochtend de beste remedie tegen een sooskater.
Op muziekgebied liep de soos, vergeleken met Europa, ook niet achter. Wereldberoemde artiesten traden op in de sociëteiten van Nederlands-Indië. Zoals Godowksi (beroemd pianist), Kathleen Parlow (violiste) en Jean-Louis Pisuisse (bekend vertolker van het levenslied). Louis Davids en Margie Morris zongen er hun volksliedjes. Naast bekende artiesten verzorgden de eigen leden ook dikwijls muziek- en toneelvoorstellingen.

De soos in de buitengewesten had de functie als ontmoetingsplek voor de kleine groep Europeanen die zich daar gevestigd had. Aan de kusten en in het binnenland van Sumatra, Borneo en Celebes en op de kleine eilanden waren planters en werknemers van de oliemaatschappijen op elkaar aangewezen. Voor toneelgezelschappen, musici en andere artiesten loonde het niet om tijdens hun tournees langs deze plaatsen te gaan. De gangmakers in deze sociëteiten waren meestal reguliere gasten met een beetje talent voor zingen, musiceren en toneelspelen. Het toelatingsbeleid in deze sociëteiten was minder streng dan in de grote steden. Anders had men te weinig klandizie. Onderwijzers, commiezen en klerken, de politie-opziener en plaatselijke inheemse notabelen konden allen lid worden.

Naarmate de kolonie zich materieel meer ontwikkelde, ontstond er ook meer concurrentie voor de sociëteiten. Er kwamen bioscopen, tennisbanen en ook grote hotels die vermaak boden. Met de auto maakten stedelingen tripjes naar koelere gebieden. De radio bracht vertier in huiselijke kring. En kranten en boeken zorgden voor de nodige ontspanning. Daar kwam nog bij dat men tijdens de economische crisis begin jaren dertig, het lidmaatschap te duur vond. Een voorbeeld van een beroemde sociëteit die zich niet staande kon houden was De Vereeniging in Djokjakarta. Deze soos voor administrateurs, ambtenaren en particulieren vierde in 1937 het 115-jarige bestaan. Enkele jaren na de viering werd de soos gesloten. Veel mensen konden vanwege de economische crisis het lidmaatschap niet meer betalen. Was in 1926 het lidmaatschap nog 10 gulden per maand en had de soos 800 leden, in 1935 hoefde de nog slechts 175 leden nog maar 4 tot 7,50 gulden te betalen.

BUITENWEG, HEIN [ = PS. OF H.C. MEIJER] – Soos en samenleving in tempo doeloe

 

 

. Den Haag, Servire, 1965. Illustrated. 192 pp.; glossary of malay words. Orig. boards with d.wr. Sm. to. Good copy. Collection of photographs – with texts – illustrating colonial life in pre-war Indonesia.

This is a demo store for testing purposes — no orders shall be fulfilled. Dismiss